hero

Uitnodigend en veelzijdig

Nieuws/24 April 2024

Het Rodenborch College in Rosmalen staat bekend om zijn hoogwaardige onderwijsfaciliteiten en unieke uitstraling. Elk element, van concept tot detail, is zorgvuldig en integraal ontworpen.

Hoe creëer je een persoonlijke en menselijke sfeer in een schoolgebouw dat ruimte biedt aan maar liefst 2300 leerlingen? Het antwoord ligt in de kleinschalige en toegankelijke aanpak, zowel in de terreininrichting als in het interieur.

Wij-gevoel
Belangrijk uitgangspunt in het ontwerp was dat het gebouw een ‘wij’-gevoel moest opwekken. Martijn van Leeuwen vertelt: ‘Het ging om 2300 leerlingen, dat is echt een grote school. Voor ons was direct duidelijk dat we een hoge mate van kleinschaligheid en overzichtelijkheid wilden realiseren. Dat hebben we gedaan door het gebouw drie onderwijsvleugels te geven rond een centrale aula. De centrale ruimte is het hart van de school. De ruimte is vloeiend vormgegeven, met zowel licht van boven als zicht naar buiten via de gevels. Door de pauzeruimte voor leerlingen als onderdeel van deze hal ook aan de gevel te leggen, maken we veel contact met buiten. Ergo: een gezonde situatie. De vleugels zorgen voor een overzichtelijke en ‘leesbare’ opzet van het gebouw, terwijl er buiten beschutte plekken ontstaan. Het gebouw voelt op ooghoogte vriendelijk en menselijk, niet als een grote school. In het ontwerp van de buitenzijde hebben we gekozen voor vaste maten en stramienen om het gebouw betaalbaar en prefabriceerbaar te maken. Door echter met de verhoudingen te variëren, hebben we een divers en rijk gevelbeeld gecreëerd: hoe dichterbij je komt, hoe meer detail en rijkdom je ervaart.’

Kleinschalig en flexibel
Bij het ontwerp hebben de architecten goed gelet op het scheiden van leerlingenstromen. De onderbouw en bovenbouw hebben ieder een eigen entree en gevels, tegenover elkaar. Er is dus maar één centrale receptie nodig. Door het centrale hart van het gebouw zijn twee routes gerealiseerd, om iedere leerling zijn eigen routing door de school te geven. Van Leeuwen: ‘Ook hier spelen we weer met kleinschaligheid en flexibiliteit. De gevelstructuur loopt door, zodat als er in de toekomst een andere verhouding ontstaat tussen onderbouw en bovenbouw een andere verdeling van de ruimte mogelijk is.

Identiteit en herkenning
In het interieur is met een beperkt, krachtig kleurenpalet gezocht naar eenheid in het gebouw, maar met verschillen in de vleugels voor identiteit en herkenning. De dieptes van de vleugels zijn geoptimaliseerd voor zoveel mogelijk daglicht. Plafonds lopen schuin op naar de gevel, zodat extra hoge ramen zorgen voor lichtval diep in het lokaal. Het nieuwe Rodenborch-College is een Topsport Talentschool. Dit betekent dat een multifunctioneel sportgebouw onderdeel was van de opgave. Dit gebouw is aan één van de vleugels gerealiseerd, zodat leerlingen goed zichtbaar binnendoor de sportfaciliteiten kunnen bereiken. ’s Avonds kan de deur naar school dicht en heeft de sporthal aan de parkeerplaatszijde een eigen entree en kantine. Zo kan de sporthal zelfstandig functioneren en is deze ook voor andere gebruikers toegankelijk.

Integraal geheel
Het nieuwe schoolgebouw is gerealiseerd in een uitbreidingsgebied in een groene zone tussen Rosmalen en de wijk De Groote Wielen. Daarbij hebben Van Leeuwen en zijn team ingezet op het ontwikkelen van een campus om het gebouw heen. Van Leeuwen vertelt: ‘Het oorspronkelijk plan voorzag in eenvoudige ontsluitingsweg. Wij hebben ons hard gemaakt om de ontsluitingsweg binnen de invloedssfeer van de campus te laten vallen, zodat het voelt en oogt als een integraal geheel. Dat geeft een kwaliteitsimpuls aan de weg en maakt het schoolplein groter en aantrekkelijker. De grote fietsenstalling hebben we ingepast achter parkachtige verhogingen in het landschap, waar leerlingen kunnen zitten en ontspannen. Dat ziet er veel prettiger uit dan een stalling met een hek eromheen. Uiteindelijk is zo een moderne schoolcampus ontstaan die er zowel van buiten als van binnen geweldig uitziet en daar zijn wij, samen met onze partners, heel trots op!’