Hoe staat het met...
Nieuws/25 February 2026Jos begon het project met gesprekken met medewerkers en bewoners. “Ik stelde één simpele vraag: ‘Als je aan thuis denkt, waar denk je dan aan?’ Daar kwamen woorden uit als vertrouwd, veilig, warm. Dat is de basis geworden voor het ontwerp.” Na 4 jaar gingen we terug naar het woonzorggebouw Uitzicht in Vlaardingen.
In deze rubriek kijken we een aantal jaren na oplevering kritisch terug op een van onze projecten. Hoe is het gegaan, wat ging er goed of juist minder goed en wat kunnen we ervan leren?
Back 2 building – Uitzicht Vlaardingen
Voor deze editie van “Back 2 Building” gingen we terug naar Vlaardingen naar het woonzorggebouw Uitzicht van Cedrah. Het gebouw, geopend in september 2022, bestaat uit een hoofdgebouw van vijf bouwlagen en is via een transparant paviljoen en een meanderend verbindingselement gekoppeld aan een bestaand woongebouw. Binnen en buiten lopen naadloos in elkaar over. Op de begane grond, aan de zorgtuin en het park, bevinden zich het restaurant en de dagbesteding. Aan tafel schoven Jos Hermans (projectarchitect, RoosRos architecten), Miranda Meijer - Huijzer (coördinatie huishouding en voeding), Raymon Meijer (assistent zorg en welzijn en ploegleider BHV) en Anneke de Wit (verzorgende, al bijna 35 jaar werkzaam op de locatie).
Wat was de aanleiding voor de bouw?
“Het oude gebouw was echt op,” vertelt Miranda. “Kamers waren klein en bewoners hadden geen eigen badkamer.” Raymon vult aan: “Ook qua brandveiligheid en logistiek liep het tegen grenzen aan. We werkten met de ruimte die er was, maar het paste niet meer bij de zorg van nu.”
Er lag eerder al een plan voor nieuwbouw, maar dat werd afgeblazen vanwege hoge kosten en beperkte medewerking vanuit de gemeente. Uiteindelijk kwam er een nieuw traject, waarbij het oude gebouw pas werd gesloopt nadat het nieuwe in gebruik was genomen. “Dat was echt een pluspunt,” zegt Raymon. “Bewoners konden tot het laatste moment op hun vertrouwde plek blijven, met minimale overlast van de bouw.”
Stage op de afdeling
Jos begon het project met gesprekken met medewerkers en bewoners. “Ik stelde één simpele vraag: ‘Als je aan thuis denkt, waar denk je dan aan?’ Daar kwamen woorden uit als vertrouwd, veilig, warm. Dat is de basis geworden voor het ontwerp.” Hij liep in de ontwerpfase ook een middag stage op de afdeling. “Anneke wees me precies aan wat we niet meer wilden: donkere gangen, volle huiskamers, vloerbedekking die jaren blijft liggen. Dat soort ervaringen neem je direct mee.”
Het resultaat is een gebouw met vier woongroepen van elk elf zorgstudio’s rond een huiskamer en tuinkamer, plus een GGZ-woongroep met acht studio’s. Alle studio’s zijn domotica-ready en zo ontworpen dat ze in de toekomst eenvoudig kunnen worden samengevoegd tot grotere appartementen of reguliere woningen van circa 45 m².
Co-cratie met medewerkers
Medewerkers waren vanaf het begin actief betrokken via een werkgroep nieuwbouw. Zij dachten mee over de indeling, materialen, kleuren en functionele uitgangspunten van het gebouw. Die betrokkenheid werd als waardevol ervaren. Een belangrijke les voor toekomstige projecten is om alle disciplines afzonderlijk te betrekken en niemand ‘voor iedereen’ te laten spreken. Zo was het team van de GGZ-afdeling niet direct aangesloten bij het ontwerpproces en zou het achteraf waardevol zijn om ook hen separaat te spreken.
Complimenten van bezoekers
De algemene conclusie is positief. Bewoners reageren enthousiast op de ruime appartementen en eigen badkamers. Medewerkers ervaren het gebouw als licht, overzichtelijk en prettig om in te werken. De entree via de brasserie zorgt voor een warme ontvangst. De tuinkamers worden intensief gebruikt en bieden rust en overzicht. “Het is een prachtig gebouw,” klinkt het meerdere keren. “We krijgen veel complimenten van bezoekers.”
Leerpunten
Miranda en Raymon zijn overwegend positief, maar zien ook leerpunten. “In de winter en zomer werkt het klimaatsysteem prima,” vertelt Raymon, “maar in het voor- en najaar merk je dat het óf te warm óf te koud is. Het systeem kan niet tegelijk verwarmen en koelen, en dan duurt het soms dagen voordat het is bijgesteld.”
Ook de keuken komt ter sprake. We hebben daar relatief weinig werkruimte voor het werk wat we doen en soms moeten we uitwijken naar het magazijn” zegt Miranda. Daarnaast is de zaal kleiner dan in het oude gebouw. “Activiteiten zijn zo belangrijk voor ontmoeting, maar met rolstoelen en rollators is het al snel te vol.” “En,” vervolgt Raymon: “opslagruimte (voor tilliften, rolstoelen en BHV-materialen) heb je eigenlijk nooit genoeg.”
Veranderende zorgvraag
Tot slot benoemen ze de veranderende zorgvraag. Anneke: “De zorgzwaarte is echt toegenomen. Toen het gebouw werd ontworpen, gingen we uit van een lagere zorgzwaarte, bijvoorbeeld rond ZZP 4 (zorgzwaartepakket). Inmiddels zien we veel bewoners met een zwaardere indicatie, zoals ZZP 5 of hoger. Grotere rolstoelen en meer hulpmiddelen maken dat kamers en badkamers soms toch krap zijn.” Het zijn waardevolle inzichten die laten zien hoe belangrijk flexibiliteit, (ruim) voldoende ruimte en toekomstbestendig ontwerpen zijn in zorggebouwen.
Al 35 jaar met plezier werken
Tevredenheid overheerst; het gebouw faciliteert warme zorg. De ruimtelijkheid, lichtinval en indeling dragen bij aan rust en overzicht. Zoals Jos het samenvat: “Je kunt nog zo’n mooi gebouw maken, maar als de zorg niet goed is, heb je niets. Wij hebben gefaciliteerd. De warmte en aandacht maken deze plek tot wat hij is.”
Anneke sluif af: “Na bijna 35 jaar werk ik hier nog steeds met plezier. Dat zegt genoeg.”