hero

De trots van John

Verhalen/17 September 2026

Bij RoosRos Architecten draait het niet alleen om ontwerpen, maar vooral om de mensen achter de projecten. Collega’s brengen ieder hun eigen verhaal, ervaring en passie mee. In onze rubriek ‘De trots van…’ geven we hen het podium om te delen waar zij trots op zijn: van bijzondere samenwerkingen en mooie projecten tot de waarden die ons dagelijks inspireren.

Deze keer vertelt John, architect-partner bij RoosRos, over zijn kijk op trots. Inmiddels werkt hij bijna vier jaar bij RoosRos. In zijn verhaal kijkt hij terug op zijn ontwikkeling als architect, de keuzes die hij onderweg maakte en de projecten en samenwerkingen die hem zijn bijgebleven.

Waar trots voor mij in zit
Trots is best een ingewikkeld woord, vind ik. Het kan al snel klinken als borstklopperij: kijk eens wat ík heb ontworpen, gewonnen of bereikt. Daar voel ik me niet zo bij thuis. Voor mij persoonlijk gaat het meer over voldoening of toewijding. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik in mijn loopbaan ontzettend vaak trots ben geweest. Alleen: waarop ik trots ben, is door de jaren heen veranderd.

Op mijn tiende vertelde ik vol overtuiging dat ik architect wilde worden. Wat dat vak precies inhield, zal ik toen nauwelijks hebben geweten. Toch ben ik het gaan studeren en studeerde ik in 2002 af aan de TU Delft. Inmiddels beoefen ik het vak al ruim twintig jaar en heb ik er nog geen moment spijt van gehad. Misschien begint mijn trots wel daar: dat het vak waarvan ik als kind droomde mij nog altijd nieuwsgierig maakt, uitdaagt en energie geeft.

De waarde van een eerste keer
Trots schuift mee in je leven. Als jonge architect was ik trots op mijn afstudeerproject, waarin ik onderzoek naar bouwen in hoge dichtheden combineerde met wat we tegenwoordig circulair bouwen zouden noemen. Later was ik trots op mijn eerste vaste aanstelling, mijn eerste gerealiseerde ontwerp, een gewonnen tender en de eerste opdracht die ik zelf wist binnen te halen.

Natuurlijk zijn er gebouwen waar ik nog altijd met veel plezier op terugkijk. Het Stadhuis en Stadskantoor van Hengelo bijvoorbeeld, waaraan ik meer dan tien jaar heb gewerkt. Van architectuur en bouwtechniek tot een groot deel van het interieur en de losse inventaris: bijna iedere schaal van het ontwerp kwam voorbij. Of het Districtsbureau van de Politie in Middelburg, een opdracht die we na jaren proberen uiteindelijk wisten te winnen met een ontwerp waarin de lokale identiteit, de organisatie en de waarden van de Politie samenkwamen.
Maar terugkijkend merk ik dat mijn gevoel van trots steeds minder gekoppeld is geraakt aan het gebouw als object.

Als een gebouw van anderen wordt
Architectuur gaat voor mij uiteindelijk niet over het realiseren van míjn gebouw. We ontwerpen voor mensen. Voor iemand die er moet werken, wonen, leren, zorgen, herstellen of sporten.
Daarom probeer ik bij iedere opgave opnieuw te begrijpen wat een opdrachtgever of gebruiker werkelijk nodig heeft. Hoe kan een gebouw het werk makkelijker of prettiger maken? Hoe kan het passen bij de identiteit van een organisatie? Kan het slimmer, logischer, mooier of duurzamer? Kunnen we minder materiaal gebruiken, iets hergebruiken of een techniek toepassen die nog niet vanzelfsprekend is?

Die nieuwsgierigheid loopt als een rode draad door mijn carrière. Ik heb het geluk gehad te werken met mensen die mij leerden verder te kijken dan de voor de hand liggende oplossing. Niet vernieuwen om het vernieuwen, maar blijven onderzoeken omdat iedere opgave de kans biedt om iets beter te maken. Misschien is mijn definitie van trots daardoor veranderd. Ik hoef niet zo nodig dat iemand zegt: ‘Wat heeft die architect dat mooi gedaan.’ Veel waardevoller vind ik het wanneer een opdrachtgever of gebruiker een gebouw binnenstapt en denkt: dit klopt, dit past bij ons, dit is ónze plek.  Als zij trots zijn op wat we samen hebben gemaakt, ben ik dat ook.

Durven kiezen
Na 21 jaar bij EGM Architecten besloot ik mijn vertrouwde omgeving te verlaten. Geen eenvoudige keuze. Ik had er het vak geleerd, prachtige kansen gekregen en aan bijzondere projecten gewerkt. Maar soms moet je ook durven erkennen dat je toe bent aan iets anders. Via een korte periode bij een kleiner architectenbureau kwam ik bijna vier jaar geleden bij RoosRos terecht. Daar vond ik iets terug wat voor mij essentieel is: het plezier om samen aan complexe opgaven te werken, de energie om kansen te zien en de ambitie om het iedere keer weer een stap beter te doen.

RoosRos combineert die inhoudelijke ambitie met iets wat ik minstens zo belangrijk ben gaan vinden: oprechte aandacht voor de mensen die het werk samen maken. Er is ruimte voor initiatief, kennis en ervaring, maar ook voor verschil van inzicht. Persoonlijke waardering en samenwerking zijn voelbaar. Daar onderdeel van mogen zijn, ervaar ik als bijzonder waardevol.

Nieuw terrein ontginnen
Bij RoosRos kan ik de ervaring die ik in al die jaren heb opgebouwd ook op een nieuwe manier inzetten. Ik werk aan projecten voor onder andere de Politie, draag bij aan tenders en selecties en probeer samen met collega’s nieuwe terreinen voor ons bureau te ontginnen.
Dat levert mooie eerste stappen op. We wonnen de tender voor het Ambtenarenkantoor van de ABG-gemeenten, kregen de Politieacademie in Marknesse gegund en werken aan een nieuw verpleeghuis voor Zorgpartners Midden-Holland in Lekkerkerk. Opgaven waarmee we onze kennis verbreden en als bureau verder groeien.

Juist dat pionieren geeft mij energie. Ervaring meenemen, maar tegelijkertijd beseffen dat je bij iedere nieuwe opgave weer opnieuw moet beginnen. Luisteren, onderzoeken, samenwerken, soms verliezen, daarvan leren en het opnieuw proberen. Want ook dat hoort voor mij bij trots. Niet alles lukt. Ik ben behoorlijk kritisch op mijn eigen werk en zie meestal eerder wat beter had gekund dan wat er goed is gegaan. Misschien is juist die ontevredenheid soms wel de motor om verder te komen.

Nieuwsgierig blijven
Als ik na al die jaren dan toch moet zeggen waar ik trots op ben, is het misschien niet één gebouw, één gewonnen tender of één moment. Ik ben er trots op dat ik op mijn tiende zei dat ik architect wilde worden en dat ik dat daadwerkelijk ben geworden. Dat ik nog steeds enthousiast aan een nieuwe opgave begin. Dat ik nieuwsgierig blijf naar een materiaal, een detail, een slimme plattegrond, een stedenbouwkundig idee of een onverwachte duurzame oplossing. En dat ik langdurige relaties heb mogen opbouwen met opdrachtgevers en samen met ontzettend veel bevlogen mensen aan bijzondere projecten heb mogen werken.
En ik ben er trots op dat ik dat vandaag bij RoosRos mag doen, samen met collega’s die dezelfde liefde voor het vak delen.

Trots schuift mee in je leven. Waar ik vroeger vooral trots was op wat ik zelf had ontworpen of bereikt, zit die trots nu veel meer in wat we samen voor een ander mogelijk maken.
Want uiteindelijk is het mooiste gebouw misschien wel het gebouw waar niet de architect, maar de mensen voor wie het is ontworpen vol trots over vertellen.

Fotografie Stadskantoor Hengeloo: EGM architecten